Questionnaire ten behoeve van spatial data onderzoek in Suriname

1 Achtergrond informatie

1.1 National Spatial Data Infrastructure (NSDI)

Enkele organisaties binnen de publieke en private sector in Suriname produceren en onderhouden spatial data (aan locatie gebonden ruimtelijke gegevens), die hoofdzakelijk wordt gebruikt om te helpen bij het bereiken van de beleidsdoelen. Als voorbeelden kunnen genoemd worden, het CBB, welke adressen van ingezetenen bijhoudt, het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, dat registreert welke scholen in welke gebieden voorkomen en een benzine leverancier die de locaties van zijn pompstations bijhoudt en bepaalt langs welke belangrijke wegen er stations geplaatst moeten worden.
Ruimtelijke gegevens vinden we dus overal; binnen het onderwijs, de gezondheidszorg, het transportwezen, de veiligheid, ruimtelijke ordening, etc.
Met de recente vooruitgang in (het gebruik van) de technologie, zoals Global Positioning Systems (GPS), Geografische Informatie Systemen (GIS) en Location apps op mobiele telefoons, bestaat de mogelijkheid om deze ruimtelijke gegevens verder te benutten om institutioneel bestuur efficiënter en effectiever te maken. Bij de in april 2017 gehouden UN-GGIM1 conferentie voor de Americas is door enkele vertegenwoordigers benadrukt, dat als de overheid een visueel beeld heeft over bedreigde gebieden, zij weloverwogen bestuurlijke beslissingen kan nemen. Beslissingen over in welke gebieden wel of geen vergunning te geven voor bepaalde economische activiteiten, die bijvoorbeeld een bedreiging vormen voor daar voorkomende beschermde diersoorten.
Een belangrijk middel om te komen tot die beslissingen, is het delen van ruimtelijke gegevens; want hoe moet een ministerie komen aan de gegevens van beschermde diersoorten welke zij zelf niet bijhoudt? De ruimtelijke gegevens die in eerste instantie werden verzameld door één of meer organisaties, elk met een eigen doel, zou men onderling kunnen delen.
Het delen van ruimtelijke gegevens, kan tal van mogelijkheden creëren voor de ontwikkeling van nieuwe en verbeterde toepassingen.
Een natuur/milieu organisatie, kan haar ruimtelijke data over waar beschermde diersoorten voorkomen, delen met het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen die op haar beurt gegevens bezit over de voorkomens van economisch voordelige grondstoffen. Het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen kan nu door het delen van de data, beter bepalen voor welke gebieden zij wel een vergunning geeft voor bijvoorbeeld zandafgravingen en voor welke gebieden niet.
Belangrijk is natuurlijk wel dat de spatial data van goede kwaliteit is zodat de informatie die ervan afgeleid wordt, zo accuraat mogelijk is. Het is daarom noodzakelijk om een beeld te hebben welke instanties welke geo-data verzamelen, zodat nagegaan kan worden welke data onderling te delen is.

Het in kaart brengen en delen van ruimtelijke gegevens op deze manier, produceert niet alleen economische voordelen – in kostenreductie en kosteneliminatie, en de vermindering van dubbel werk – maar ook sociale voordelen in termen van meer efficiënte en effectieve levering van diensten, economische groei, evenals, betere besluitvorming. Bovendien bevordert deze manier van gegevensdeling betere communicatie en een betere samenwerking tussen overheidsinstanties, omdat er “één geografische taal” gesproken wordt. Dit is het karakter van een National Spatial Data Infrastructure, oftewel een NSDI.

Om de vele voordelen van het delen van spatial data te benutten, moet er een omgeving aanwezig zijn die dit concept ondersteunt. Deze omgeving moet bevatten:
– Beleid, welke de inzameling, opslag en distributie van data regelt;
– wetgeving, die de rechten van de belanghebbenden beschermt;
– gegevensbeveiliging en –bewaring procedures;
– bescherming van bronnen voor informatie management;
– een toezichthouder met de autoriteit en middelen om het delen van gegevens aan te moedigen;

In Suriname is het opzetten van een NSDI nog een uitdaging. Er zijn onvoldoende mogelijkheden voor instanties om onderling spatial data te delen of toegang te hebben tot bestaande informatie.
Deze factoren, in combinatie met gebrek aan kennis over de voordelen die een NSDI zou kunnen brengen, hebben de vooruitgang voor het bewerkstellingen van de NSDI vertraagd.

Dit probleem wordt aangepakt in vele landen over de hele wereld. Dit door middel van initiatieven die een kader van standaarden, beleid, gegevens, procedures en technologie verstrekken, om de effectieve coördinatie en verspreiding van ruimtelijke informatie te ondersteunen. Zo een initiatief is UN-GGIM2 , een Verenigde Naties organisatie, die zich bezig houdt met het stimuleren van spatial data gebruik om zodoende wereldwijde problemen, waaronder natuurrampen, op te lossen en/of te reduceren.

1.2 Nationale Basiskaart van Suriname (NBKS)

Onderdeel van de NSDI zal zijn de Nationale Basiskaart Suriname (NBKS).
De NBKS heeft als basis een verzameling en/of combinatie van luchtfoto’s en/of satellietbeelden en basis geografische gegevens (hoogtelijnen, wegen, politieke grenzen, geografische namen, waterwegen etc.) De basiskaart wordt digitaal geproduceerd, waardoor data onder andere eenvoudig gedistribueerd en bewerkt kan worden.

Eén uniforme nationale basiskaart stimuleert een betere ruimtelijke ordening, versnelde en betere exploratie van natuurlijke hulpbronnen, ondersteuning van de ontwikkeling van productie sectoren, zoals landbouw, bosbouw, mijnbouw, industrie. Verder monitoring en management van milieu, zoals kustzone management, natuurreservaten, ecologisch economisch gebruik van het land, preventie van rampen, monitoring, management en planning van (nieuwe) nutsvoorzieningen etc.
Internationaal (UN-GGIM) is erkend dat een nationale basiskaart een essentiële grondslag is voor een meer effectieve, fysieke, economische en sociale ontwikkeling en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen.

Kortom, de NBKS zal ministeries, overheidsinstanties, bedrijven, burgers etc. helpen bij het maken van efficiëntere en effectievere (ruimtelijke) plannen en zorgen voor betere monitoring, management en beheer van hun producten en diensten. Voor het maken van de kaart is daarom nauwe samenwerking met diverse kaart en (geografische) data producerende bedrijven vereist.

2 Doel van het onderzoek

In artikel 4 lid b en lid c van de GLIS wet (S.B. 2009 no. 149) wordt aangegeven dat het MI-GLIS
– De overheid van informatie zal voorzien ten behoeve van de goede vervulling van publiekrechtelijke taken en de nakoming van de wettelijke verplichtingen door bestuursorganen
– Economische activiteiten en de verdere ontwikkeling van het economisch gebruik van land zal ondersteunen en bevorderen.

Het MI GLIS ziet het daarom als haar taak om een NSDI en een NBKS tot stand te brengen.

De NBKS en SDI unit, welke onderdeel zijn van de afdeling Business Development van het Management Instituut GLIS, willen met deze questionnaire inventariseren wat er reeds aanwezig is aan kaartmateriaal en geografische data bij de diverse instanties. Op deze manier krijgen wij een overzicht van de huidige situatie en kan er een duidelijk vertrekpunt voor zowel de Basiskaart als de Spatial Data Infrastructure worden vastgesteld.

 

Vul HIER de questionnaire in.

 


[1] United Nations Committee of Experts on Global Geospatial Information Management

[2] http://ggim.un.org/about.html